Circulaire economie prominenter op corporate agenda's

De transitie naar een circulaire economie komt bij bedrijven wereldwijd steeds hoger op de agenda. Toch wordt er nog vooral over gesproken. De verschuiving naar bedrijfsmodellen zonder afval verloopt vooralsnog langzaam.


Bedrijven praten veel over circulaire economie, maar doen er nog vaak te weinig mee. Uit een enquête van AfvalOnline, onder 793 klanten van de internationaal opererende verzekeraar DNV, blijkt dat 75 procent van de bedrijven de transitie naar een circulaire economie analyseert of bediscussieert. Slechts 12 procent van de bedrijven heeft dit thema echter tot kern van de huidige bedrijfsstrategieën gemaakt. DNV gaf samen met de World Business Council for Sustainable Development (WBSCD) opdracht voor de enquête onder bedrijven actief op verschillende continenten.


“Tot nu toe lijkt de toenemende druk vanuit regelgeving, zoals het Europese Actieplan voor de circulaire economie dat in maart 2020 is aangenomen, de transitiesnelheid niet significant te hebben beïnvloed”, zegt Luca Crisciotti, CEO van Supply Chain & Product Assurance bij DNV. “Met slechts 5,9 procent van de bedrijven die aangeeft een leidende aanpak te hebben voor een circulaire economie en een beperkte acceptatie van bedrijfsmodelinnovatie, moet er nog veel gebeuren voordat we een echt circulaire economie bereiken.”

Inzet innovatie

Uit de enquête blijkt dat bedrijven zich meer richten op proces- en productinnovatie, zoals op het terugwinnen van hulpbronnen (30,3 procent), of verlenging van de levensduur van producten (39,6 procent) dan op geavanceerde bedrijfsmodelinnovaties zoals product-as-a-service (17,6 procent) en deelplatforms (12,5 procent). De meeste bedrijven ervaren kostenbesparing (57,2 procent) als het belangrijkste voordeel van hun innovatiebeleid, wat niet verwonderlijk is gezien de focus op bestaande processen en producten. “Hoewel de toewijding van bedrijven aan circulariteit duidelijk is, schiet hun externe communicatie hierover tekort”, zegt Brendan Edgerton, directeur circulaire economie bij de WBSCD. “Nu investeerders, klanten en regelgevers steeds vaker om informatie over circulaire prestaties vragen, zullen de bedrijven die zijn uitgerust om hun circulariteit te meten, te monitoren en te verbeteren, de meeste waarde creëren en zich uiteindelijk als ware leiders tonen.”

Meten is weten

Een opvallende conclusie uit de enquête is dat slechts 24,7 procent van de bedrijven een nulmeting uitvoert naar circulariteit voordat ze nieuwe initiatieven implementeren, terwijl 26,7 procent specifieke doelen stelt en 19,8 procent prestatie-indicatoren heeft geïdentificeerd. De relatief lage percentages vormen een belangrijke belemmering voor vooruitgang. Want hoe herkennen bedrijven welke initiatieven succesvol zijn en in aanmerking komen voor opschaling? Wat ook niet helpt is dat 65,5 procent van de bedrijven een circulaire meetmethode hanteert in plaats van gebenchmarkte methoden ontworpen door gevestigde partijen zoals de WBCSD en de Ellen MacArthur Foundation.

Tot slot blijkt uit het onderzoek dat slechts 12,1 procent van de bedrijven digitale technologie ziet als als een key driver in de transitie naar de circulaire economie. “Klanten en consumenten eisen steeds vaker dat duurzaamheidsclaims en prestaties gefundeerd en transparant zijn”, zegt Crisciotti. “Wij zien een enorm potentieel om nodige betrokkenheid en vertrouwen van belanghebbenden en consumenten op te bouwen door geverifieerde statistieken te combineren met blockchain-enabled track & trace-applicaties.” Maar bedrijven blijken daar dus nog maar mondjesmaat mee bezig.



18 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven